Dertig minuten voor de start van de show maakten we het ons comfortabel in de tourbus van MONO met de vermoeide maar duidelijk ontspannen Taka. Sinds hun oprichting tien jaar geleden, spendeert de band het grootste deel van hun tijd aan touren. Zowel tijdens het interview als het optreden leek het alsof de band thuis was en zich helemaal niet duizenden kilometers van huis bevond.
Vandaag is je vijftiende show op een rij! En nog 18 te gaan met slechts 1 dag pauze! Ben je niet doodop?
Taka: Vorige nacht hebben we alleen maar geslapen. (lacht) Het hangt ervan af. Soms heeft een vrije dag een slechte invloed op je routine. Continuïteit is goed. Je lichaam raakt eraan gewend, dus is het helemaal niet zo moeilijk als je denkt. We hebben de laatste zes jaar bijna alleen maar getourd.
Is er tot dusver iets opmerkelijks gebeurd? Rare fans, instortende podia, et cetera?
Taka: Tijdens de eerste week van de tour heb ik mijn arm gesneden op het podium. Ik weet niet wat er precies is gebeurd, opeens was de vloer met bloed besmeurd… maar om de één of andere reden deed het geen pijn. Ik voelde helemaal niets, heel raar. Nu gaat het beter.
Wat houdt je op de been?
Taka: Vast en zeker de fans. Zij geven ons kracht. Moesten we enkel voor vijf of tien man spelen dan zouden we dit niet kunnen doen.
Dit jaar (2009, red.) is de tiende verjaardag van MONO. Als je kijkt naar het begin: wat dacht je te bereiken?
Taka: We zijn een Japanse band. Toen we begonnen, wilden we buiten Japan optreden, wat niet zo gemakkelijk was. Ik weet niet waarom, maar ik heb Amerikaanse en Europese bands door Japan en Azië zien touren. Maar er waren weinig Japanse bands die buiten Japan de kans kregen. Niemand belde ons, maar we wilden zo graag. We wisten niet hoe we aan een platencontract moesten komen of hoe we een agent moesten vinden. Ik denk dat het de laatste tien jaar aan de beterende hand is. Maar de tijd gaat zo snel...ik herinner me nog de tijd dat we in bars speelden tijdens onze eerste Amerikaanse tournee. Geen podium, geen microfoons, zes of zeven mensen en iedereen dronken. Niemand luisterde want niemand kende ons. Hierdoor gingen we harder en harder spelen, lieten we de gitaren, bas en drums rocken …
Dus dat is de reden dat jullie zo hard spelen?
Taka: (lacht) Ja, absoluut. We zijn zo hard als maar kan. We wilden dat de mensen een goede indruk kregen, maar nu spelen we alsmaar stiller. Ik denk dat het Amerikaanse publiek heel eerlijk is. Als ze van de muziek houden dan houden ze er ook van. Onze eerste Britse tournee had zeven man tijdens elke show. Nu is dat bijna 800 man per show. We waarderen dat omdat we een kleine indie band zijn die reclame en grote bedrijven verafschuwen. We willen onafhankelijk blijven. Mensen praten over ons en alles gebeurt zo razendsnel. Alles lijkt natuurlijk te gaan. We staan nu hier dankzij het publiek.
Hier in Europa is Hymn to the Immortal Wind tien dagen geleden uitgebracht. Jullie vertelden steeds dat jullie zo van instrumentale muziek houden door de grote interpretatiemogelijkheden. Doordat deze release het verhaal van Heeya So tot uiting brengt, wordt de interpretatie van de songs heel wat beperkter. Is het eenvoudiger om songs te componeren als er een concept voorhanden is?
Taka: Het idee kwam naar boven omdat we vonden dat er heel wat instrumentale en post-rock bands bestaan en dat vele op elkaar lijken. En ze vertellen allemaal dat het publiek zich dingen in kan beelden door naar de muziek te luisteren. Ik geloof daar niet in. Ik dacht dat het mooi en leuk zou zijn als we iets specifieks konden tonen. Als we iets aanbieden dat op een boek of een film lijkt dan wordt de muziek toegankelijker voor de luisteraar. Als we allemaal tot dezelfde interpretatie komen bij het luisteren naar een muziekstuk dan wordt het geheel sterker.
Dus je hebt dan meer controle over hun interpretatie?
Taka: Ja. Maar ik denk dat het een gok is. Sommige mensen vormen liever zelf een mening over een song. Ik wilde iets proberen dat meer op een film leek.
Het is niet je eerste keer, maar hoe was het om met het orkest en Steve Albini samen te werken? Hij is eigenlijk geen producer van klassieke muziek, toch?
Taka: Ik geloof dat we op ons eerste album een cello gebruikten, voor ons tweede album was het een cello en viool en voor het derde album een volledig strijkkwartet. Het is allemaal natuurlijk gegroeid. Alvorens ik de songs voor Hymn to the Immortal Wind schreef, speelde ik al met het idee om een volledig orkest te gebruiken. Zelfvertrouwen had ik genoeg want ik plande dit al vijf jaar. Een enkel kwartet heeft al zoveel volume, hoe luid zou een tweede kwartet dan wel niet klinken? En hoewel we een compleet orkest gebruiken, bestaat de band nog altijd uit vier leden en dat is niet veranderd sinds het begin. Het is zeer eenvoudig om te communiceren. Als ik een probleem zie dan praat ik erover en dat doen zij ook.
Ik vroeg het omdat de mix zeer zuiver is in vergelijking met de vorige werken van Steve...
Taka: Maar Steve is een briljant iemand, hij kent alle soorten muziek. Hij zou zelfs een jazz band kunnen opnemen omdat hij een zeer goed gehoor heeft. En het is altijd leuk om met hem samen te werken. We willen geen overdubs maken, we spelen het zoals we het in een live omgeving zouden doen. Het hele proces nam slechts twee weken in beslag, inclusief het mixen. Dat was zeer snel. Hij is zeker en vast een genie. Hij is mijn leraar.
Je zei dat dit album helderder moest klinken dan je vorige albums. Is dat gelukt?
Taka: Ik denk het wel, ja. Wat denk je zelf? (lacht)
Ik denk het ook.
Taka: Ik wilde muziek maken zoals Beethovens negende symfonie, een gek, emotioneel muziekstuk.
Is er een bepaald verhaal in je onderbewuste dat je volgt als je muziek schrijft? Niet alleen voor dit album maar in het algemeen?
Taka:Ik heb enkele scripts geschreven, maar ik ben geen professionele schrijver. De leden en Esteban (Rey), die het artwork deed voor de laatste drie of vier albums, weten het waarschijnlijk.
Het artwork en de homepage zien er goed uit. Ze passen bij de stemming van het album.
Taka: Dank je. Ik wilde muziek maken waar mensen ’s morgens naar kunnen luisteren, want men luistert voornamelijk ’s nachts muziek. We leggen het steeds uit alsof je in een heel donker bos bent en je hoop probeert te vinden. Van het begin af aan was hoop het centrale thema voor dit album. Vaarwel, dood.
Je werkt graag samen met mensen uit verschillende landen, niet? Je hebt een fotogalerij op je oude website. Op basis van welke criteria kies je de artiesten en je foto’s?
Taka: Ik heb geen idee. We verzamelen interessante beelden die mensen ons toezenden...
Ze lijken op de muziek.
Taka: Zoals ik al zei, ze worden naar ons gestuurd. Dat noemen ze internetcultuur. (lacht.)
Als de tour voorbij is, wat gaan jullie dan doen?
Taka: We gaan in New York spelen met een orkest en dan in Taiwan, Japan en Europa tijdens de festivals. We gaan minstens drie jaar touren en dan … zullen we misschien nieuwe songs schrijven. Ik wil er nu nog niet aan denken.
Dus momenteel is alles mogelijk?
Taka:Ja. Vorig jaar hebben we besloten om te stoppen met touren. Ik heb 300 dagen songs zitten schrijven, het was een enorme chaos. Ik geef de voorkeur aan touren, het geeft me een goed gevoel omwille van de sterke emoties en het publiek. Als ik in mijn repetitieruimte ben in Japan, dan denk ik daar constant aan en beeld ik me dat voortdurend in. Het maakt me blij.
Over internationaal gesproken, zou je kunnen zeggen dat Mono's design (de cd en homepage) Japans is en de muziekstijl Europees?
Taka: Oh, denk je dat? Eigenlijk heb ik geen idee. Iemand vertelde me dat Ashes In The Snow, de eerste song van Hymn to the Immortal Wind, een heel Japanse melodie heeft. Misschien heb ik enkele traditionele Japanse elementen in me, maar ik beheers dat niet bewust. Ik hou van Ennio Morricone en Beethoven, maar ik zou niet weten hoeveel er van de traditionele Japanse cultuur in me verschuild zit. Misschien heb ik het wel.
Zou je graag een soundtrack voor een film maken?
Taka: Absoluut. We willen dat graag doen, dat zou heel mooi zijn.
Heb je tot slot een laatste boodschap aan onze lezers?
Taka: Om eerlijk te zijn denk ik dat het drie jaar geleden heel erg moeilijk was om in Duitsland te spelen. We speelden vaak, maar voor heel weinig volk. Zelfs in Frankrijk, Amerika en Nederland gingen we erop vooruit, maar in Duitsland hadden we het heel wat moeilijker. Het ziet ernaar uit dat mensen eindelijk geïnteresseerd raken in ons. We zijn heel blij dat we hier mogen spelen en ik hoop dat onze muziek nog meer mensen bereikt.
Super!
Taka: Het wordt super, denk ik. (lacht)
JaME wil MONO en Joris van Conspiracy Records bedanken voor het mogelijk maken van dit interview.
Interview met MONO in Duitsland
interview - 13.05.2011 14:00
JaME sprak met MONO’s gitarist en componist Takaakira Goto in Berlijn over touren, het ‘indie’ zijn en het album Hymn To The Immortal Wind.

© Teppei










