Sinds hun start ongeveer vier jaar geleden, heeft abingdon boys school aardig wat aandacht gekregen. Niet alleen omdat de zanger zingt in T.M.Revolution, maar vooral omdat abingdon boys school een geweldige mix van catchy pop, rock en hardrock maakt.
In de zomer van 2008 kwam de band met hun eerste DVD en kort hierna sprak JaME met de vier bandleden.
Introduceer jezelf alsjeblieft.
Nishikawa: Ik ben Nishikawa, zanger van abingdon boys school.
SUNAO: Ik ben gitarist SUNAO. Leuk je te ontmoeten.
Shibasaki: Ik ben gitarist Shibasaki.
Kishi: Ik ben keyboardspeler en programmeur Kishi.
Jullie hebben elkaar al voor het begin van abingdon boys school ontmoet, toen jullie werkten aan het T.M.Revolution project. Kun je ons vertellen hoe jullie vier elkaar ontmoet hebben en wat jullie ertoe gebracht heeft deze band op te richten?
Nishikawa: Ik heb SUNAO ontmoet met de T.M.Revolution tour, dat was meer dan tien jaar geleden…of dit jaar misschien tien jaar geleden? Maar goed, sindsdien werken we samen, zowel met tours als opnamen. Ik heb in die tijd nagedacht over mijn muzikale roots, over wat ik zou kunnen doen dat nieuw is, wat ik zou kunnen doen als band. En via een kennis ben ik in contact gekomen met Shibasaki, wiens muziek ik waardeerde.
Was dat WANDS?
Nishikawa: Na WANDS deed hij al.ni.co.. Ik presenteerde in die tijd het radioprogramma "All Night Nippon" en speelde hun nummers, prees ze aan bij de luisteraars. (lacht) Maar het frustreerde me nogal dat ze niet zo geaccepteerd werden door de mensen. (lacht) Ik gaf ze dus veel aandacht in mijn programma, en een kennis kende ze persoonlijk, dus heeft hij ons aan elkaar voorgesteld. We raakten aan de praat, het liep goed, dus vroeg ik hem om mij bij te staan tijdens de T.M.Revolution tours. Zo kwamen alle bandleden bij elkaar, en ik vond dat het moment om iets te beginnen was aangebroken. Het was toen ook dat de manga "NANA" verfilmd werd en er waren geruchten onder de muzikanten om iets te maken als tribute, zodat de manga en de film meer aandacht zouden krijgen. tetsu, bassist van L’Arc~en~Ciel, stelde voor dat wij iets moesten schrijven, en dat deden we ook. We vonden het de perfecte timing. Kishi was een klasgenoot van Shibasaki op de muziekacademie. Toen wij elkaar voor het eerst ontmoetten, gaf hij me een demotape en zei “Hier werk ik op het moment aan”. Het was erg indrukwekkend. We hebben het met zijn allen besproken en besloten dat nummer te maken. En de bandleden die op dat moment met mij op tour waren…
Kishi: Zijn wij!
Nishikawa: Daarna kwamen we allemaal samen in een opname studio. Omdat we het al vaak gehad hadden over hoe gaaf het zou zijn als we iets met zijn drieën zouden doen, hebben we Kishi-kun gedwongen mee te doen. (lacht)
Heb je lang de wens gehad om in een band te spelen?
Nishikawa: Ja, maar niet alleen een band, ik heb altijd al iets muzikaals willen doen met iedereen die ik leer kennen.
In plaats van de gewone line-up van zanger, gitarist, bassist en drummer, hebben jullie gekozen voor een zanger, twee gitaristen en een keyboardspeler. Waarom hebben jullie voor deze speciale line-up gekozen?
SUNAO: Tja…dat liep gewoon zo. (lacht)
Nishikawa: En ik ken de gewone bandstijl waar er een drummer en een bassist zijn om ritme te houden, maar we hadden al een programmeur. Dus we hadden geen drummer en bassist nodig. We wilden toch meer werken met loops en sequences, dus kwam het voor ons eigenlijk alleen maar goed uit.
Het is een nieuwe stijl.
SUNAO: In het rock genre is het een nieuwe stijl, denk ik.
Kishi: We zijn een band, daar is geen twijfel aan.
SUNAO: Persoonlijk houd ik van drums, drumgeluiden en de manier waarop drummers werken. Wij kunnen zelf in alle vrijheid kiezen welk ritme wij gebruiken bij een song. Misschien is het nu nog niet zo, maar in de toekomst zullen we zeker verschillende dingen uit kunnen proberen.
Ik snap het. Dus jullie weten nog niet wat jullie gaan doen in de toekomst op muzikaal vlak?
abingdon boys school: Nee
Kishi: Misschien veranderen we, misschien niet. We houden van die flexibiliteit.
Nishikawa: Het klinkt misschien raar, maar…om die reden zullen er misschien bandleden bijkomen. (lacht) En dan zo van “Hey, zit je er ook eindelijk bij!?” (barst uit in lachen)
Wat is het concept van de band? De bandnaam komt van een Britse middelbare school voor jongens.
Nishikawa: Ja. Eerst was ik heel erg bezig met het spelen met woorden. Als kind werd ik Tabou genoemd, omdat mijn naam Takanori is, en als ik naar het buitenland ga wordt ik “Turbo” genoemd, omdat dit hetzelfde klinkt. Ik houd ook van motorsport, dus ik gebruik vaak namen en woorden die met motorsport te maken hebben. Voor ik de naam abingdon boys school gebruikte, had ik de naam ‘antilock brake system’ bedacht. Afgekort staat dit voor ABS, ik vond het goed klinken. (lacht) Maar het had geen andere betekenis. (lacht)
SUNAO: Dus het betekende alleen maar ABS. (lacht)
Nishikawa: Daarom ging ik nadenken over andere namen. We zijn allemaal van dezelfde generatie, en we zijn als klasgenoten die een band vormen. Ik heb een beetje rondgeneusd in boeken en kwam zomaar op een kostschool in Oxford, Abingdon School. Ik dacht meteen “oh, dat klinkt goed…” Radiohead waren ook klasgenoten die bij elkaar kwamen om een band te vormen. Ik vond dat het bij ons ook zo was, dus was de beslissing gemaakt. “Zo doen wij het ook” (lacht)
Houd je van autorijden?
Nishikawa: Ja, zeker, en ik sleutel ook graag aan auto’s.
Op de live DVD konden we zien dat je een auto op je podium set gebruikte.
Nishikawa: Omdat we vaak speelden in een livehouse, werd het een MINI Cooper (lacht), maar als we groter worden, maken we er misschien een Jaguar van (lacht opnieuw). Wie weet na een Aston Martin. (lacht)
Heb jij de kroon ontworpen, de kroon die op het wapen van een school lijkt?
Nishikawa: Ja, inderdaad. Toen we het concept uitdachten, hadden we een kostschool in ons hoofd. We hebben samen met een grafisch design artiest gewerkt aan designs, zoals designs voor t-shirts.
Dus het is helemaal van jou?
Nishikawa: Inderdaad.
Jullie vieren zijn al ervaren muzikanten; vertel ons alsjeblieft hoe jullie samenwerken en de muziek en teksten ontwikkelen.
SUNAO: We brengen allemaal demotapes met songs naar de studio, daar zijn we met zijn allen, en spelen we de nummers en discussiëren we er over.
Komen de teksten als laatste?
SUNAO: Ja. Als we de compositie en de details een beetje op een rijtje hebben vragen we Nishikawa de tekst te schrijven.
Jullie komen samen met demotapes, houden een meeting, en daar worden dan de songs geselecteerd. Klopt dat?
Kishi: Ja. Wat de muziek zelf betreft, heeft elk lid zijn eigen gebied. We werken dus allemaal aan ons eigen deel en consulteren daarbij soms de andere bandleden.
Hebben jullie geen last van meningsverschillen?
SUNAO: Jawel, soms botst het.
Dus er zijn bepaalde dingen die jullie niet zo makkelijk beslissen?
SUNAO: Elk persoon heeft verantwoordelijkheid voor zijn eigen deel, en elk van ons heeft vertrouwen in zijn eigen ding, dus dat kan botsen. Maar we leggen nooit het bijltje erbij neer, we geven niet op. We praten er dan over.
Nishikawa: Als je wat ouder wordt, is een band oprichten niet meer zo makkelijk, dus ik krijg regelmatig de vraag “waarom speel je in zo’n band?”. Iedereen in deze band heeft de ervaring van het in een band spelen en dan op een gegeven moment denken “Nee! Ik kan er niet meer tegen!” (lacht) Ik denk dat we door deze ervaringen juist in deze band hier beter mee om kunnen gaan, we zijn wat flexibeler. Bijvoorbeeld, als een idee van mij werd afgewezen en ik had geen andere suggesties, dan zei ik “het is dit, of niets”. Maar nu zeg ik “ok, maar wat denk je hier van?”. Ik ga anders met dat soort dingen om. Er zijn meer mogelijkheden, ik zou het aanraden. (lacht)
Kishi: Ik denk dat het mogelijk is op deze wijze te werken omdat we allemaal de ruimte hebben die we nodig achten. We vertrouwen elkaar ook, het is okay om de gitaarlijnen over te laten aan de twee gitaristen, en het is geen probleem de zang aan Nishikawa toe te vertrouwen.
Komen de teksten snel na de muziek?
Nishikawa: Nee…er zijn momenten dat ik echt niet weet wat ik moet doen. Deze drie bandleden maken unieke muziek, en hun persoonlijkheid is terug te zien in hun ervaring. Kishi bijvoorbeeld maakte instrumentale muziek genaamd “artwork”, dat is niet gemaakt voor zang! (lacht) Maar hij heeft gevoel voor Japanse melodieën, dus emotionele teksten passen wel bij zijn muziek. SUNAO’s muziek is echt “laat die details maar zitten,let’s go wild!” (lacht) Shiba’s muziek is het moeilijkste! (lacht) Hij stelt zich bij zijn muziek Japanse teksten voor, maar ik heb meer het gevoel om Engelse teksten bij al die baslijnen te doen. (lacht) Normaal gesproken hebben Japanse teksten veel medeklinkers, maar bij hem is het veel interessanter om iets met lettergrepen te doen, dus vind ik het onmogelijk om in het Japans te zingen. (lacht) Maar, hierdoor kan ik dus veel verschillende sferen creëren, en dat vind ik interessant.
Beslissen jullie over het thema terwijl je de muziek maakt?
Shibasaki: Ik denk dat ik de essentie van de beelden die ik heb op verschillende plaatsen in de nummers stop, maar dit doe ik niet direct met woorden. Ik houd wel van “random” Engels, en als ik een demotape opneem gooi ik er altijd wat van die woorden doorheen. Ik probeer dat ook in Japans, maar random Japans is best moeilijk, klinkt niet zo goed. (lacht) Dus doe ik er wat Engelse woorden bij, en dan is het beeld dat ik ervan had compleet.
Nishikawa: Dankzij die woorden krijg ik er echt zin in! (lacht) Hij zingt goed (lacht opnieuw). Ik zie het meteen voor me als ik iets van hem hoor.
Kishi: Ik heb wel een beeld in mijn hoofd bij een nummer, maar ik beschrijf het niet in woorden, ik heb het in mijn hoofd en van daaruit schrijf ik het nummer.
Wanneer jullie aan nieuw materiaal werken, wat is dan het doel? Denk je bijvoorbeeld aan wat beter klinkt live?
Nishikawa: Tot ons eerste album wilden we gewoon doen wat we zelf wilden. Maar na onze one-man tour eind februari zijn we veranderd. We zijn meer gaan nadenken over welke nummers we nodig hebben, wat we waar willen hebben en hoe interessant het kan zijn verschillende dingen uit te proberen.
Veranderen de nummers als je ze van het album naar het podium brengt?
Kishi: We veranderen het arrangement van de nummers niet, maar de intro en outro worden op het podium wel veranderd. En de kleine details worden regelmatig veranderd.
Nishikawa: Deze twee…tja het zijn gitaristen…
SUNAO: We hebben slechts twee gitaristen tijdens onze lives, dus we moeten beslissen welke delen we aanpassen uit de albumversie.
Gebruiken jullie ook vooraf opgenomen materiaal tijdens jullie concerten?
SUNAO: Ja, dat doen we wel.
Nishikawa: Kleine delen, electronische achtergrond dingen. Die blijven gewoon doorspelen tijdens het hele nummer.
SUNAO: We proberen zoveel mogelijk live te doen tijdens onze concerten.
Shibasaki: We breiden de compositie uit of verkorten die juist, maar we zijn nog niet moe van onze eigen nummers dus hebben nog niets aan het arrangement veranderd.
Het arrangement kan wel veranderen als je live speelt?
Nishikawa: Jawel. Zoals Shibasaki al zei, ik denk dat als we een bepaald nummer zat zijn dat we dan iets eraan veranderen om het weer leuk te maken. Aan de andere kant, mensen komen naar een concert om dat nummer te luisteren, dus het is ook een kwestie van wat we zelf belangrijk vinden.
Kishi: Ik denk dat dit iets is waar we over na moeten denken vanaf nu. Nu doen we wat we zelf willen doen, dus spelen we het zoals op ons album. Maar als ik denk over hoe we het publiek kunnen ophitsen, zou het leuk zijn om een beetje aan de nummers te sleutelen.
Buitenlandse fans die geen Japans verstaan, gaan helemaal op in het geluid van Nishikawa’s stem, in plaats van de woorden, ik vind dat erg mooi…
Nishikawa: Hahaha! Ja, ik denk dat ze dat doen…dank je wel! (lacht)
Sprekend over woorden; is er een bepaalde boodschap die je aan je luisteraars wilt overbrengen? Wat zijn de thema’s?
Nishikawa: Uhm… even nadenken…
Je ziet er erg gelukkig uit op jullie nieuwe live DVD.
Nishikawa: Inderdaad. Ik heb net al verteld dat het interessant is in een band te spelen als je eenmaal ervaring hebt. Er zijn verschillende manieren om een connectie met elkaar te krijgen, via internet, email en mobieltjes enzo, maar ook door deel te nemen aan een band. Wij communiceren met elkaar door wat we doen. Wij vieren hebben een eigen wereld, en we kijken telkens opnieuw naar onze muziek. Voordat we de luisteraars blij kunnen maken met onze muziek, moeten we eerst zelf blij zijn in de band te zitten en de muziek te maken. Dat is onze kracht, kijk maar naar onze optredens. We hebben het echt naar onze zin, we worden één met het publiek. Daarom krijgen we ook steeds meer publiek. Wereldvrede door muziek klinkt misschien niet realistisch, vooral als het uit de mond van een Japanner komt, maar we zijn allemaal mensen. En als we geen overeenkomsten vinden tussen ons mensen, zullen er altijd problemen zijn zoals oorlog. Dus, met hoe wij muziek maken, verbroederen wij. En ik hoop, dat als we telkens meer publiek krijgen, we datzelfde gevoel ook in buitenlandse plaatsen kunnen creëren, en dat we de mensen blij kunnen maken, en moed geven om door te gaan.
Het is duidelijk dat jullie het naar jullie zin hebben.
Nishikawa: Om mensen van onze muziek te laten genieten, moeten we er eerst zelf van genieten.
Noot: Het tweede deel van het interview volgt binnenkort.
Interview met abingdon boys school - Deel 1
interview - 17.07.2009 19:00
Deel 1 van het uitgebreide interview met abingdon boys school.

© DIESEL Corporation











